• barebowwedstrijd
  • barebow
  • barebowdoelen
  • outdoor wedstrijd
  • outdoor doelen
  • recurve bogen
  • indoor wedstrijd
  • binnenbaan
  • jeugdfita
  • jeugdfita
  • jeugdfita
Previous Next
Tip #9 Neem als beginnende schutter een niet al te zware boog voor wat betreft de trekkracht.

Boogschieten

Boogschieten
Boogschieten is een sport waarbij pijlen worden weggeschoten naar een doel met behulp van een boog. Boogschieten heeft veel minder met fysieke kracht te maken dan veel mensen denken. Ook geslacht, man of vrouw, speelt geen rol. Van groter belang is de juiste houding, evenals mentale rust, die nodig is om het ideale schot te lossen: het moment dat jij niet de pijl schiet maar de pijl zichzelf schiet (Zen in de kunst van het boogschieten).

Geschiedenis van het boogschieten
De geschiedenis van het boogschieten gaat terug tot in de prehistorie. Archeologen vermoeden dat zo'n 15.000 jaar geleden de eerste pijl uit een boog weg vloog, maar de eerste echte bewijzen die ooit zijn gevonden dateren van tussen de 10.000 en 11.000 jaar oud. De boog werd waarschijnlijk eerst voor jagen gebruikt en later als een wapen. In de prehistorie werd boogschieten op elk continent bedreven (behalve Australie).

In de klassieke oudheid werd de boog veelvuldig gebruikt. Beschavingen als de oude Grieken en Romeinen hadden al enorm veel schutters in hun legers. Pijlen waren zeer destructief tegen grote menigten en het gebruik van schutters kon al snel leiden tot een overwinning. Griekse goden zoals Apollo worden vaak afgebeeld met een handboog evenals Griekse helden als Odysseus. In de Odyssee wordt beschreven dat Odysseus een boog had die alleen hij kon spannen.

In de middeleeuwen steeg de waarde van boogschieten op het slagveld gestaag. Bekend zijn vooral de Mongolen die het boogschieten vanaf de rug van het paard perfectioneerden en dit gebruikten om de Aziatische steppes en Oost-Europa te domineren. Ze vuurden terwijl ze het doelwit naderden, draaiden zich om in het zadel en vuurden nog een keer terwijl ze wegreden.

Tijdens de Honderdjarige Oorlog was vooral de longbow populair. De Engelsen perfectioneerden het boogschieten te voet waarbij zij een longbow gebruikte. Schutters werden vanaf de kinderleeftijd getraind om tegenstanders op grote afstand te kunnen treffen. Ook de kruisboog was erg populair tijdens de middeleeuwen. Het duurde namelijk relatief lang om een longbowschutter te trainen terwijl voor de kruisboog maar een korte training nodig was. De kruisboog was bovendien krachtiger dan de meeste longbows. Nadeel was wel het feit dat het vrij lang duurde om de kruisboog te herladen.

De introductie van vuurwapens zorgde ervoor dat de boog langzaam maar zeker van het slagveld verdween. Een geweer kon zo door een schild heen gaan en vergde weinig training. Vroege vuurwapens waren echter nog lange tijd minder effectief dan een goed getrainde longbowschutter. Tegenwoordig wordt het boogschieten vooral als sport beoefend.

Verschillende bogen
Er bestaan verschillende soorten bogen, zoals de handboog, de kruisboog en ook de Japanse boog (geschikt voor Kyudo). We beperken ons hier tot de handboog.

Longbow - een lange, grote boog zonder vizier en diverse andere extra's
Barebow - een "gewone" boog zoals de recurve maar dan zonder extra's als vizier en stabilisatoren.
Recurveboog - een "gewone" boog, waarbij de latten van de boog in ongespannen toestand naar voren zijn gekruld, daarnaast heeft een recurveboog in ieder geval een vizier en soms nog stabilisatoren.
Compoundboog - een 'hightech' boog met katrollen zodat de pees bij geringere booglengte toch ver kan worden uitgetrokken. Vrijwel altijd is de constructie zodanig dat er tijdens het uitrekken een krachtmaximum (piek) gepasseerd wordt, waardoor de kracht die nodig is bij het richten, tot 75% lager is dan de kracht die nodig is om de boog uit te trekken.

Schiettechniek
Meestal wordt de boog vastgehouden met de hand tegenovergesteld aan het dominante oog. Dat betekent dus in de meeste gevallen dat mensen de boog in hun linkerhand houden. Met de rechterhand trekken zij de pees naar zich toe, en plaatsen de vingers op het gezicht (ankeren wordt dit genoemd).
Over het algemeen draagt de schutter bescherming op de linkerarm, zodat de pees niet tegen de onderarm komt. Ook wordt er een vingertab gedragen met de vingers van de rechterhand. Dit is nodig voor bescherming, maar ook zodat je de bovenkant makkelijk tegen je gezicht aan kan zetten.
Het is belangrijk goed te staan voor het schieten. Je moet zorgen dat je stevig staat, en dwars (met de linkerschouder richting het doel) op de pijlrichting. Houd de boog parallel met de grond en plaats de pijl met de nok (inkeping op de achterkant) op de pees. De afwijkende kleur van de veren/fluiten moet naar buiten staan. Trek de pijl naar achteren met 3 vingers.
Trek dan de boog omhoog en richt op het doel. Je hand moet tegen je gezicht zitten. De arm waarin je de boog vasthoudt moet recht zijn. Je linkerhand(de booghand) zou in een stand van 45 graden moeten zitten zodat de pees na het loslaten de arm niet raakt. Als je het geel (het midden van het doel of blazoen) door je vizier of over je pijlpunt ziet, laat je de pees los.

Disciplines
Hieronder een kort overzicht van de verschillende soorten wedstrijden. Geschoten wordt op een blazoen (een ronde schijf met verschillende kleuren).
25 meter 1 pijl: = 25 keer 1 pijl schieten op 25 meter.
indoorschieten: 18 meter, 30 pijlen.
shortmetric: 50 en 30 meter, per afstand 36 pijlen.
outdoorschieten: dames en jeugd 30, 50, 60 en 70 meter, heren 30, 50, 70 en 90 meter, per afstand 36 pijlen. Er worden ook jeugdwedstrijden georganiseerd met andere afstanden: 30, 40 en 60 meter.
veldschieten: een parkoers van 24 doelen met verschillende afstanden waarbij de helft onbekende afstanden is en de helft bekende afstanden.
animalronde: deze doelen zijn meestal gemaakt in de vorm van een afbeelding van een dier op een blazoen. De doelen staan verspreid in bijvoorbeeld een bos of veld over een af te lopen route.
3D-ronde waarbij op 3-dimensionale dieren (van kunststof of andere materialen) wordt geschoten. Meestal 32 doelen.
cloudschieten: schieten op een "clout" (een cirkel op de grond met een paal in het midden) waarbij afstanden tot 165 meter worden geschoten.
ski-arc: De biatlon maar dan met pijl en boog
runarchery: een combinatie van hardlopen en handboogschieten.